Archief →

WVV en WIB/92: wat met de microvennootschappen?

Een aantal jaar geleden hanteerde het wetboek van de inkomstenbelastingen een eigen definitie van de kmo's, die deze ondernemingen bijvoorbeeld recht gaf op het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting, een verhoogde investeringsaftrek of verhoogde aftrek voor risicokapitaal.

Deze definitie sloot niet aan bij de definitie van de kmo zoals die voorkwam in het vennootschapsrecht.

Om die reden werd de fiscale definitie van de kmo in het WIB 92 vervangen door de verwijzing naar het wetboek van vennootschappen, en vervolgens naar het wetboek van vennootschappen en verenigingen.

We maken hier even abstractie van het getalm dat ertoe leidde dat niet het volledige artikel 15 van het wetboek van vennootschappen werd opgenomen in het WIB 92, want dat probleem is inmiddels verholpen.

Het WIB verwijst inmiddels dus naar artikel 1:24, §§ 1 tot 6, van het WVV.

Men zou dus kunnen geloven dat het probleem definitief is opgelost, maar dan gaat men voorbij aan het feit dat het nieuwe WVV het begrip ‘microvennootschap' heeft ingevoerd. 

De definitie daarvan bevindt zich niet in artikel 1:24 van het WVV, maar in artikel 1:25 van hetzelfde wetboek

Het WIB 92 verwijst evenwel geenszins naar dit artikel 1:25 van het WVV.

Aan welke fiscale saus worden die microvennootschappen dan onderworpen?

Volgens het adagium ‘wie het meerdere mag, mag ook het mindere' spreekt het voor zich dat de microvennootschap (art.1 :25 WVV) automatisch beantwoordt aan de voorwaarden van de kmo's (art.1:24 WVV).

Ze kan dan ook aanspraak maken op de toepassing van alle bepalingen van het WIB 92 die verwijzen naar artikel 1:24 WVV.

In fiscale zaken moeten alleen de moedermaatschappijen (en vennootschappen die deel uitmaken van een consortium) de criteria van een kleine vennootschap berekenen op geconsolideerde basis, zoals opgenomen in artikel 1:24, § 7 WVV.

Om het begrip kmo te definiëren, verwijst het WIB 92 evenwel slechts naar artikel 1:24, § 1 tot 6 WVV, en niet naar § 7 ervan. Bijgevolg moeten de berekeningen voor alle verbonden vennootschappen (zowel moedermaatschappijen als dochterondernemingen) worden uitgevoerd op geconsolideerde basis, ook voor de microvennootschappen die zijn uitgegroeid van het microstadium tot dat van een kleine vennootschap.

De overeenstemming tussen het vennootschapsrecht en het fiscale recht is dus nog steeds niet bereikt.

ComptAccount is door DBiT ontwikkeld, een dochteronderneming van Groep Larcier