Archief →

Voorlegging op een elektronisch platform van de belastingadministratie van de documenten op een digitale drager: de belastingcontrole ziet er vanaf 2021 totaal anders uit

Onverminderd het recht van de belastingplichtige om mondelinge inlichtingen te vragen of te geven, heeft de voorlegging van boeken en bescheiden voor de natuurlijke personen en rechtspersonen eveneens betrekking op de terbeschikkingstelling van die boeken en bescheiden via een beveiligd elektronisch platform van de FOD Financiën

Zo luidt de wijziging die wordt voorgesteld door de regering in artikelen 315bis WIB/92 en 61, §1 btw-wetboek.

Deze wijziging zit vervat in artikelen 105 en 106 van het wetsontwerp van 17.06.2021 houdende diverse fiscale bepalingen en tot wijziging van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten (https://www.dekamer.be/FLWB/PDF/55/1993/55K1993004.pdf).

Die wijziging, die onbeduidend lijkt, luidt in het kader van de procedure van de belastingcontrole in feite een heuse revolutie in.

De administratie kan van de belastingplichtigen eisen dat ze hun boekhouding (boekhoudprogramma) indienen, maar ook alle momenten die elektronisch worden opgeslagen op dit platform van de FOD Financiën met het oog op de controle ervan.

Dit houdt concreet het einde in van de controle ter plaatse: de fiscus zal de controle in zijn eigen kantoren uitvoeren, berichten van wijziging versturen en de belastingplichtige zal alleen nog de ambtenaren kunnen overtuigen van het foutieve karakter van hun interpretatie, hetzij via eindeloze e-mailuitwisselingen, hetzij via een formeel bezwaarschrift.

De regering stelt dit echter voor als een vooruitgang, die de belastingplichtige en zijn adviseurs heel wat tijdbesparing zal opleveren, daar ze niet langer zenuwachtig op de vragen van de belastingambtenaren hoeven te zitten wachten tijdens een controle ter plaatse.

Dat is echter slechts schijn, en het boekhoudberoep heeft altijd al erkend hoe belangrijk een mondelinge toelichting tijdens een controle ter plaatse is, teneinde op die manier misverstanden weg te nemen, een context te definiëren en de eerste indruk die de ambtenaar tijdens een controle mogelijk krijgt, bij te sturen.

De memorie van toelichting stelt het volgende: “Dankzij de ontwikkeling van de informatica de laatste jaren kan het ongemak van een controle ter plaatse voor de belastingplichtige of belastingschuldige in grote mate worden weggenomen door de boeken en stukken elektronisch over te maken, wanneer die belastingplichtige of btw-plichtige klaarblijkelijk de boeken, stukken en bescheiden elektronisch houdt. Deze elektronische voorlegging kan uiteraard enkel betrekking hebben op de boeken en stukken die digitaal beschikbaar zijn. Boeken en stukken die enkel op papier worden gehouden, dienen enkel op papier te worden voorgelegd en vallen buiten het bestek van deze bepaling. Derhalve dient boekhouding die slechts deels elektronisch wordt gehouden ook slechts deels elektronisch ter beschikking te worden gesteld”.

Moet men zijn bewijsstukken nog elektronisch bewaren?

Men kan zich die vraag stellen, maar als dat niet langer meer hoeft, lijdt het geen twijfel dat de fiscus de belastingplichtige of het belastingsubject kan verplichten om de vereiste documenten te scannen en op het platform op te laden.

Men dient tevens te beseffen dat alle uitgaande facturen op een elektronische drager worden bewaard en dat alle bankrekeninguittreksels kunnen worden gedownload via de communicatiesoftware met de banken.

Uiteindelijk zijn het alleen nog de inkomende facturen en kastickets die – nog – niet elektronisch bewaard moeten worden…

Het is nog niet duidelijk hoe dit platform zal werken, welke beveiligingstools ontwikkeld zullen worden om te vermijden dat elke belastingambtenaar ze kan raadplegen, hoe de gegevens tegen hackers zullen worden beschermd en of het systeem compatibel zal zijn met de GDPR.

Het is evenmin duidelijk waar het begrip noodzakelijke documenten begint en eindigt: zullen e-mails naar en van klanten, leveranciers en werknemers ook als bewijsstukken worden beschouwd?

Herinnert u zich nog dat belastingambtenaren in de kasten mochten rommelen? Moet men dan ook zijn kasten op het platform plaatsen?

Deze nieuwe verplichting is uiteraard niet vreemd aan de coronacrisis: onder het mom van de bescherming van de gezondheid van de ambtenaren, belastingplichtigen en hun adviseurs werden de verplichtingen van alle belastingplichtigen en belastingsubjecten verstrengd, net als bij het CST…

We komen hier vast nog op terug zodra er meer informatie beschikbaar is over dit platform en de toepassingsmodaliteiten ervan.

ComptAccount is door DBiT ontwikkeld, een dochteronderneming van Groep Larcier