Archief →

Wat is het verschil tussen een kermis en een attractiepark. Quid de BTW?

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft zich op 9 september 2021 uitgesproken over de uitlegging van artikel 98, § 2, van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.

Phantasialand exploiteert een attractiepark in Duitsland. Het vordert dat de toegangsgelden voor zijn attractiepark niet tegen het normale btw-tarief moesten worden belast, maar tegen het verlaagde btw-tarief.

Het Hof wordt gevraagd of artikel 98 van de btw-richtlijn moet worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale wettelijke regeling op grond waarvan diensten van ambulante attractie-exploitanten en diensten van exploitanten van permanent op dezelfde plaats gevestigde attracties in de vorm van een attractiepark, aan verschillende btw-tarieven zijn onderworpen, met name het verlaagde dan wel het normale tarief.

Het staat aan de lidstaten om nauwkeuriger te bepalen welke categorieën van leveringen van goederen en diensten aan het verlaagde btw-tarief zullen worden onderworpen.

De lidstaten kunnen op grond van punt 7 van bijlage III bij de btw-richtlijn een verlaagd btw-tarief toepassen op „het verlenen van toegang tot kermissen, amusementsparken, …”.

De verwijzende rechter vraagt zich in dit verband af of de vermelding van zowel „kermissen” als „amusementsparken” kan worden ingeroepen om verschillende btw-tarieven toe te passen op:

diensten van exploitanten van permanent op dezelfde plaats gevestigde attracties, zoals Phantasialand, en

diensten van ambulante attractie-exploitanten.

De btw-richtlijn bevat geen definitie van het begrip „kermissen”, noch van het begrip „amusementsparken”.

Onder het begrip „kermissen” vallen diensten van attractie-exploitanten die hun diensten tijdelijk middels ambulante installaties aanbieden. Het begrip „amusementsparken” omvat de activiteiten die door exploitanten van permanent op dezelfde plaats gevestigde attracties worden verricht en hierdoor een duurzaam karakter vertonen.

Het begrip „amusementsparken” kan daarentegen niet worden uitgelegd dat het ook de diensten van ambulante attractie-exploitanten omvat.

Een lidstaat kan een verlaagd btw-tarief toepassen op diensten van ambulante attractie-exploitanten, terwijl hij het normale tarief toepast op diensten van permanent op dezelfde plaats gevestigde attracties in de vorm van een attractiepark.

Het beginsel van fiscale neutraliteit moet geëerbiedigd worden. Dit beginsel verzet zich ertegen dat soortgelijke goederen of diensten, die met elkaar concurreren, uit het oogpunt van de btw verschillend worden behandeld.

De beoordeling of de attractiediensten die worden aangeboden in het kader van een attractiepark en een kermis al dan niet soortgelijk zijn, is een taak van de nationale rechter.

Artikel 98 van de btw-richtlijn verzet zich niet tegen een nationale wettelijke regeling op grond waarvan diensten van ambulante attractie-exploitanten en diensten van permanent op dezelfde plaats gevestigde attracties in de vorm van een attractiepark, aan verschillende btw-tarieven zijn onderworpen, met name het verlaagde dan wel het normale tarief, op voorwaarde dat het beginsel van de fiscale neutraliteit wordt geëerbiedigd.

Het Unierecht verzet er zich niet tegen dat de verwijzende rechter, wanneer hij bij het nagaan van de eerbiediging van het beginsel van fiscale neutraliteit bijzondere moeilijkheden ondervindt, onder de naar nationaal recht geldende voorwaarden, een deskundigenonderzoek gelast ten behoeve van zijn oordeelsvorming.

ComptAccount is door DBiT ontwikkeld, een dochteronderneming van Groep Larcier