Archief →

VU op bedrijfswagens: is elektriciteit een brandstof?

Artikel 198, §1, 9°bis, a) WIB/92 bepaalt dat niet worden beschouwd als beroepskosten in de vennootschapsbelasting de kosten van gemengde voertuigen die, al dan niet kosteloos, voor persoonlijk gebruik ter beschikking zijn gesteld, ten belope van 40 % van het bedrag zoals bepaald overeenkomstig artikel 36, § 2, eerste tot negende lid (VAA), wanneer de brandstofkosten verbonden met dit persoonlijk gebruik geheel of gedeeltelijk door de vennootschap ten laste zijn genomen.

De vraag wat brandstof precies is, doet niet ter zake indien voorgemeld voertuig rijdt op fossiele brandstof, en evenmin indien het diezelfde brandstof gebruikt als de batterij niet voldoende opgeladen is (hybride voertuigen of herlaadbare hybrides).

Er zijn echter steeds meer voertuigen die uitsluitend op elektriciteit rijden.

Het gaat om de beruchte elektrische voertuigen die de huidige regering de vennootschappen vanaf 2026 wil opleggen.

Dergelijke voertuigen gebruiken geen fossiele brandstof aangezien ze 100% elektrisch zijn.

Ze rijden dus uitsluitend op de inhoud van hun batterijen, die al dan niet snel via een stopcontact kunnen worden herladen, of die door de voertuigen zelf worden opgeladen, zoals bij hybrides, tijdens het remmen bijvoorbeeld.

Dezelfde regering wilde de laadstations, waarvan er in dit land veel te weinig zijn, een duwtje in de rug geven door de aftrek van de installatiekosten te stimuleren, met name voor vennootschappen die de bevolking de kans zouden bieden om er hun elektrische wagens buiten de openingsuren te komen opladen.

Een kleine omweg om uit te leggen dat de huidige regering onze autopark (toch dat van de ondernemingen, dat flexibeler is) tegen 2026 100% elektrisch wil maken.

Komen we even terug op artikel 198, §1, 9°bis, a) WIB/92, dat bepaalt dat de VU op de kosten van een wagen die door een vennootschap ter beschikking wordt gesteld van een werknemer of zaakvoerder, stijgt van 17 tot 14% indien daarbij brandstof wordt gebruikt.

Hoewel het duidelijk is dat deze bepaling verwijst naar fossiele brandstoffen, kan men zich toch afvragen of 100% elektrische wagens ook onder de betreffende bepaling vallen.

In een antwoord op een parlementaire vraag nr. 818 van de heer Luk Van Biesen van 20.03.2014, was de minister van Financiën erg duidelijk: elektriciteitskosten kunnen worden beschouwd als brandstofkosten.

De VU ten belope van 40% zijn dus wel degelijk van toepassing in de VenB indien er een elektrische wagen ter beschikking wordt gesteld van een werknemer of zaakvoerder.

We willen zelfs nog verder gaan: stellen we even dat de werknemer of zaakvoerder thuis een laadpaal heeft geplaatst om zijn elektrische wagen op te laden, maar dat hij bij aankomst in zijn onderneming zijn wagen oplaadt op het laadstation van de vennootschap.

Ook dan zullen de VU van 40% van toepassing zijn...

Het kan misschien nuttig zijn dat de regering, in haar streven om het bedrijfswagenpark te vergroenen, ook de interpretaties uit het verleden even onder de loep neemt, zodat elektriciteit wettelijk gezien uit de categorie van brandstoffen kan worden gehaald. Gebeurt dat niet, dan zullen de ambtenaren van Financiën zich als één man scharen achter het antwoord van de minister uit 2014 om de VU op te trekken van 17% tot 40%...

ComptAccount is door DBiT ontwikkeld, een dochteronderneming van Groep Larcier