Archief →

Het begrip belaste reserves in de zin van artikel 537 wib/92

U herinnert zich vast nog wel medio 2013, toen de regering een uitzonderlijk maatregel invoerde om de reserves die kmo's in de loop der jaren hadden opgebouwd, te ‘redden' teneinde ze niet te onderwerpen aan de roerende voorheffing van 25%, omdat de liquidatiebonussen gewone dividenden werden.

In een halfslachtige die de administratie geweld moest aandoen om ze toepasbaar te maken, kregen de kmo's een termijn van een aantal maanden om hun ‘belaste reserves' als kapitaal in te brengen. Bij de uitkering ervan (na minimaal 5 jaar) zouden ze geen roerende voorheffing ondergaan bij betaling van een bijzondere aanslag van 10%. Dat was het voorwerp van artikel 537 WIB/92.

Nadat de termijn van 5 jaar was verstreken, begonnen vennootschappen die bijzondere liquidatiereserve uit te keren, en zoals te verwachten viel, gaf dat aanleiding tot conflicten tussen een aantal vennootschappen en de belastingadministratie, conflicten die vandaag leiden tot rechterlijke beslissingen.

De voornaamste conflicten houden verband met een foutieve interpretatie van de termijn van 5 jaar. Andere gaan dan weer over vennootschappen die niet aan de voorwaarden beantwoorden om de betreffende reserve aan te leggen, en de administratie publiceerde dan ook een omzendbrief 2020/C/....

Een aantal geschillen hield echter ook verband met het begrip belaste reserve, waarnaar wordt verwezen in artikel 537 WIB/92.

Dat artikel stelde dat de uitkering van belaste reserves als kapitaal diende te worden ingebracht teneinde in aanmerking te kunnen komen voor de bijzondere maatregel.

Volgens de administratie moesten de belaste reserves uitkeerbaar zijn, wat bijvoorbeeld de wettelijke reserve en andere onbeschikbare reserves uitsluit.

In een vonnis van 13.03.2019 zal de rechtbank van eerste aanleg van Marche zich bij deze stelling aansluiten.

In een arrest van 08.09.2020 heeft het hof van beroep van Gent echter een andere kijk op de zaak.

De Belgische staat stelde dat de belaste reserves slechts verband hielden met die welke aan de aandeelhouders konden worden uitgekeerd, en dus niet de wettelijke reserve noch de onbeschikbare reserves. Voor de belastingplichtige omvatte die term alle belaste reserves, zoals opgenomen in model 328R, waaronder de in het kapitaal geïncorporeerde belaste reserves, de wettelijke reserve, de onbeschikbare reserves en de overgeboekte winst. De belastingplichtige stelde dat de Belgische staat een voorwaarde toevoegde aan de wet indien hij stelde dat alleen de belaste reserves die uitkeerbaar zijn in aanmerking kunnen worden genomen.

Het hof van beroep stelt vast dat de term ‘belaste reserves' niet wordt gedefinieerd in het WIB/92. Volgens het hof geeft het fiscale recht een eigen invulling aan de term ‘belaste reserves' (te onderscheiden van de ‘belastingvrije reserves').  Elke reserve die haar belastingregime heeft ondergaan (en dus ook de wettelijke reserve en de onbeschikbare reserves) is een belaste reserve. In het fiscale recht beperkt de term ‘belaste reserve' zich dan ook niet tot de uitkeerbare reserve op basis van het wetboek van vennootschappen. Volgens het hof is er geen enkele reden om de term ‘belaste reserves' van artikel 537 wib/92 anders te interpreteren.

De belastingadministratie voegde dus wel degelijk een voorwaarde toe aan de wet als ze de term ‘belaste reserves' die wordt vermeld in artikel 537 wib/92 beperkt tot de reserves die uitkeerbaar zijn op basis van het wetboek van vennootschappen.

Die rechtspraak is welkom, want ze zet de zaken op een rijtje.

We hebben reeds veel aandacht besteed aan dit artikel 537, waaraan de administratie een hele circulaire moest wijden om het te kunnen toepassen.

We hebben tevens kritiek geuit bij bepaalde standpunten van de administratie in deze circulaire.

Hier is het overduidelijk dat de administratie, door de belaste reserves gelijk te stellen met de uitkeerbare reserves, een voorwaarde heeft toegevoegd die niet opgenomen is in artikel 537 WIB/92.

Als u een conflict hebt met de administratie over de toepassing van artikel 537 WIB/92 en het begrip verborgen reserves, gebruik dit arrest van het hof van beroep van Gent dan om de administratie te laten inzien dat ze zich verliest in haar eigen commentaar.

ComptAccount is door DBiT ontwikkeld, een dochteronderneming van Groep Larcier