Archief →

Wettelijke reserve en bv waarvan de statuten nog niet werden aangepast aan het nieuwe WVV

In een advies, gepubliceerd op 29.01.2020 door de Commissie voor Boekhoudkundige Normen op haar website (https://www.cbn-cnc.be/nl/nieuws/sinds-01012020-dwingende-bepalingen-wvv-van-toepassing), worden de dwingende bepalingen van het WVV vermeld die van toepassing zijn vanaf 01.01.2020.

De CBN merkt op dat er dwingende bepalingen zijn, die van toepassing zijn vanaf 1 januari laatstleden, en andere die niet dwingend zijn, maar ten laatste tegen 1 januari 2014 moeten zijn aangepast.

De CBN verwijst vervolgens naar haar advies 2019/14 over de overgang van een kapitaalhoudende BVBA naar een kapitaalloze BV, en stelt dat het kapitaal en de wettelijke reserve vanaf 1 januari 2020 van rechtswege en zonder vervulling van enige formaliteit, worden omgevormd in een statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening.

Die informatie klopt volgens ons niet.

De aanvullende bepalingen van het WVV zijn immers vanzelfsprekend vanaf 1 januari 2020 ook van toepassing op de bestaande vennootschappen, maar uitsluitend in zoverre ze niet worden uitgesloten door statutaire bepalingen.

Dat is tevens wat we lezen in artikel 39 §2, al. 1 van de wet van 2303.2019, gepubliceerd in het Staatsblad van 04.04.2019, en dat het nieuwe WVV in onze wetgeving invoerde : ‘Vanaf 1 januari 2020 of, voor de vennootschappen, verenigingen of stichtingen die van de in paragraaf 1, tweede lid bedoelde mogelijkheid hebben gebruik gemaakt, vanaf de dag van de bekendmaking van de in dat lid bedoelde statutenwijziging, zijn de dwingende bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van toepassing. Statutaire bepalingen die in strijd zijn met deze dwingende bepalingen worden vanaf die dag voor niet geschreven gehouden. De aanvullende bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen worden slechts van toepassing in zoverre zij niet door statutaire clausules worden uitgesloten'.

De CBN baseert zich evenwel op het vervolg van dat artikel, dat als volgt luidt :  ‘Vanaf die dag (nvdr : 01.01.2020) worden het volgestort gedeelte van het kapitaal en de wettelijke reserve van de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en het volgestorte gedeelte van het vaste gedeelte van het kapitaal en de wettelijke reserve van de coöperatieve vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, van rechtswege en zonder vervulling van enige formaliteit, omgevormd in een statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening'.

De CBN besluit daar dus uit dat men vanaf 01.01.2020 niet langer een wettelijke reserve hoeft aan te leggen.

Het is namelijk niet omdat het kapitaal en de wettelijke reserve zijn overgedragen naar een onbeschikbare eigen vermogensrekening dat de statuten, die nog niet werden gewijzigd, daardoor niet langer van toepassing zijn, des te meer daar er in geen enkele wet wordt bepaald dat die onbeschikbare eigen vermogensrekening onveranderlijk is geworden.

Moet men dan een wettelijke reserve aanleggen op de rekeningen die werden afgesloten op 31.12.2019 voor vennootschappen die hun statuten nog niet aan het nieuwe WVV hebben aangepast?

Dat is een theoretische discussie, behalve in het geval van de verdeling van de volledige winst: een vennoot zou ons argument kunnen gebruiken om die verdeling te laten betwisten, wat de CBN er ook van denkt.

ComptAccount is door DBiT ontwikkeld, een dochteronderneming van Groep Larcier