Archief →

VVPR-Bis, bv's en nieuw WVV

De kwestie inzake de VVPRbis-dividenden (belast aan 15% roerende voorheffing) in bv's deed al heel wat inkt vloeien sinds bv's geen kapitaal meer hebben.

Sommigen beweren dat het tarief van 15% van toepassing is op alle dividenden die werden uitgekeerd door bv's sinds 1 mei 2019.

Die bewering moet worden genuanceerd.

In zijn antwoord op parlementaire vraag nr. 2539 van mevrouw Griet Smaers op 14.02.2019, antwoordde de minister van Financiën het volgende:

"Doordat in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen de kapitaalvereiste voor alle vennootschapsvormen, behalve voor de nv, opgeheven wordt, is de bepaling in artikel 269, § 2, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (WIB 92) in die zin niet langer nodig. Om de filosofie van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen te respecteren, is er dan ook voor gekozen om dit artikel 269, § 2, derde lid, op te heffen. Deze opheffing is van toepassing op kapitaalverhogingen en -verminderingen, doorgevoerd vanaf 1 mei 2019.  Van zodra dus een nog geviseerde vennootschap haar kapitaal ten vroegste op 1 mei 2019 heeft verhoogd, of verminderd, zal de kapitaalvereiste niet meer op haar van toepassing zijn en zullen haar dividenduitkeringen, indien wordt voldaan aan de overige voorwaarden in dat artikel 269, § 2, WIB, in aanmerking komen voor de verlaagde roerende voorheffing".

Het betreffende derde lid bepaalde dat "de vennootschappen zonder minimaal maatschappelijk kapitaal worden uitgesloten van het voordeel van de maatregel, tenzij na de inbreng van het nieuw kapitaal het maatschappelijk kapitaal van die vennootschap minstens gelijk is aan het minimaal maatschappelijk kapitaal van een bvba, als bedoeld in artikel 214, 1, van het Wetboek van vennootschappen".

Dat lid werd opgeheven met ingang van 01.05.2019, zoals verduidelijkt door de minister.

Dit neemt echter niet weg dat §2, 3° van voorgemeld artikel nog steeds bepaalt dat de aandelen "verworven zijn met nieuwe inbrengen in geld", en dat niets in het nieuwe WVV  inbreng in geld verhindert (art.5:9 van het WVV).

Is de interpretatie van de minister dan wel correct?

Bij lezing van artikel 269, §2 WIB/92 en van artikel 5:9 van het WVV is zijn antwoord correct, en we moeten het tweemaal herlezen: bv's, die geen kapitaal meer hebben, worden niet uitgesloten van het tarief van 15% op de roerende voorheffing, maar de minister voegt eraan toe dat dat slechts het geval is "indien wordt voldaan aan de overige voorwaarden in dat artikel 269, § 2, WIB".

De minister lijkt vervolgens te stellen dat het toereikend eigen vermogen dat wordt vereist door artikel 5:3 van het WVV een voorwaarde is die volstaat om te voldoen aan de voorwaarden van artikel 269, §2 WIB/92.

Dit antwoord van de minister wekt heel wat twijfels bij professionals: stellen dat eigen vermogen volstaat om de toepassing van artikel 269, §2 WIB/92 te verantwoorden, is niet correct, aangezien de voorwaarden ervan dienen te worden nageleefd, waaronder de bijzonder belangrijke voorwaarde dat dit slechts betrekking heeft op inbrengen in geld, welke het WVV niet uitsluit!

We kunnen alleen maar aanzetten tot voorzichtigheid.

Anderen zijn bovendien van mening dat men het kapitaal niet kan terugbetalen of verminderen, aangezien er geen vereiste meer bestaat inzake minimumkapitaal, en met vrijstelling van belasting.

Ook daarmee zijn wij het niet eens. Daar bv's geen kapitaal meer hebben, heeft de belastingadministratie alle middelen om voorgemelde vermindering te herkwalificeren, niet als terugbetaling, maar wel als toewijzing van dividend.

Alvorens u aan dergelijke verrichtingen te wagen, kan het geen kwaad het advies in te winnen van de Dienst Voorafgaande Beslissingen.

Indien we ons niet vergissen, hebben we dat bij het schrijven van dit artikel nog niet gezien.

ComptAccount is door DBiT ontwikkeld, een dochteronderneming van Groep Larcier