Archief →

Aanvullende gemeentelijke opcentiemen : een parlementair initiatief dat de gemeenten ter hulp snelt

De Minister van Financiën Didier Reynders had de neerlegging van een wetsontwerp aangekondigd om de gemeenten te « redden » die hun aanvullende gemeentebelastingen laattijdig hadden gestemd.

 

Ondanks een beslissing genomen in de ministerraad op 18 april jl., is door de regering geen enkel wetsontwerp in het Parlement neergelegd, zodat wij, samen met nog anderen, zich zijn beginnen afvragen of wat wij geschreven hadden, inderdaad wel steek hield.

 

Uiteindelijk zullen de laattijdige gemeenten in dit budgetair debâcle via een parlementair initiatief gered worden.

 

Een groepje parlementairen uit een zeer ruime meerderheid en geleid door de CD&V afgevaardigde Luk Van Biesen heeft een wetsvoorstel van 25.06.2008 neergelegd «  ter bekrachtiging van de vestiging van sommige aanvullende gemeentebelastingen en de aanvullende agglomeratiebelasting op de personenbelasting voor elk van de aanslagjaren 2001 tot 2007 en tot wijziging, met ingang van aanslagjaar 2009, van artikel 468 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992».

 

De uiteenzettingen van de parlementairen om hun wetsvoorstel en zijn terugwerkende kracht te verdedigen, bevestigen de argumenten die wij naar voor brachten in een vorig artikel om de opportuniteit van dergelijke tussenkomst van de wetgever en de juridische waarde van dergelijke terugwerkende kracht te verantwoorden.

 

Om te beletten dat dergelijk « ongeval » zich in de toekomst opnieuw zou voordoen, stellen de parlementairen voor om het art.468 wib/92 te wijzigen, en stellen voor dat indien niet tijdig een belastingreglement wordt getroffen, de aanvullende gemeentebelasting berekend wordt op grond van het percentage dat van toepassing was voor het voorgaande aanslagjaar.

 

De Commissie van Financiën heeft het wetsvoorstel intussen op 1 juli jl aangenomen. Het wetsvoorstel werd in plenumvergadering donderdag avond aangenomen.

 

Is dit een parlementair initiatief dat toegemoetkomt aan de inertie van de regering ? A priori zou men het kunnen geloven, maar wij denken nochtans van niet.

 

Indien de regering immers een wetsontwerp in het Parlement had neergelegd, zoals zij had aangekondigd, had zij die voor advies aan de Raad van Staten moeten voorleggen, wat het proces zou hebben vertraagd en misschien zelfs gehypothekeerd.

 

Door de retroactieve bepaling via een wetsvoorstel te laten passeren, vermijdt de wetgever niet alleen het advies van de Raad van State maar ook dat het probleem op de lange baan wordt geschoven: alle bezwaren die door de belastingplichtigen werden ingediend, die om de terugbetaling verzochten van hun aanvullende gemeentebelastingen, zullen inderdaad afgewezen worden door de gewestelijke belastingdirecties. Indien ze de procedure wensen verder te zetten, zullen de belastingplichtigen dan beroep moeten aantekenen voor de rechtbank van eerste aanleg en de rechter ervan moeten overtuigen om een vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof, waarvan wij de rechtspraak het bovenvermelde artikel al eens besproken hebben.

 

U zal begrepen hebben dat de hardnekkigen die onze raad niet gevolgd hebben vertrokken zijn voor een helse tocht…

ComptAccount is door DBiT ontwikkeld, een dochteronderneming van Groep Larcier