Archief →

Huisraad of werken in onroerende staat?

De toepassing van het tarief van 6% op werken in onroerende staat in woningen van meer dan 5 jaar oud zorgt in een aantal gevallen voor interpretatieproblemen.

 

Vallen bijvoorbeeld een garage, een oprit, een poort aan de toegang tot het eigendom, een zwembad, een uitgeruste keuken, kasten of berging onder de notie van werken in onroerende staat die in aanmerking komen voor de toepassing van het btw-tarief van 6%?

 

De tekst van tabel A van KB20 btw brengt een aantal verduidelijkingen aan.

 

« § 3. Worden beoogd :

 

1° het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed ;

 

2° prestaties die erin bestaan een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt;

 

3° iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw :

 

a] van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de branders, de reservoirs en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel of aan de radiatoren;

 

b] van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een sanitaire installatie van een gebouw en, meer algemeen, van al de vaste toestellen voor sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool ;

 

c] van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en van lampen ;

 

d] van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brandalarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal en van een huistelefoon ;

 

e] van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of een badkamer is uitgerust ;

 

f] van luiken, rolluiken en rolgordijnen die aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst ;

 

4° iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering van wandbekleding of vloerbekleding of -bedekking als de plaatsing ervan in een gebouw ongeacht of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte ;

 

5° het aanhechten, het plaatsen, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, van goederen bedoeld in 3° en 4° hierboven ;

 

6° de terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van de hierboven bedoelde handelingen.

 

§ 4. Het verlaagd tarief is in geen geval van toepassing op :

 

1° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen ;

 

2° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties. »

 

Deze verduidelijkingen zijn echter onvoldoende en daarom publiceerde de administratie in 1986 een circulaire met andere verduidelijkingen.

 

Deze circulaire sluit zodoende garages uit, tenzij de garage deel uitmaakt van een gebouw of van de onmiddellijke nutsfaciliteiten die zijn voorbehouden voor de eigenaar van het gebouw (en niet de huurder). In zo'n geval kan het verlaagd tarief worden toegepast, zelfs voor de bouw van de garage die een verbouwing is van het gebouw waarmee het nauw is verbonden.

 

De administratie publiceerde verschillende btw-beslissingen om de nieuwe situaties bij verbouwingen in rekening te brengen. Zo besliste ze dat de installatie van een individuele zuiveringseenheid onder het tarief van 6% valt (beslissing van 22.12.2005). Hetzelfde geldt voor de installatie van fotovoltaïsche panelen (beslissing van 19.02.2008). In een mededeling van 03.05.2006 besliste de minister van financiën om het verlaagd tarief tot 31.12.2010 voor te behouden aan de levering en plaatsing van kachels, radiatoren of convectoren op hout, kolen, mazout, gas of elektriciteit in zoverre die apparaten met een vaste leiding aan een schoorsteen zijn verbonden (of desgevallend aan een ander rookgasafvoerkanaal naar buiten) en aangesloten zijn op een leidingnet voor de aanvoer van energie.

 

Er blijven evenwel nog een aantal vragen onbeantwoord. Als men zonneweringen op de gevel bedoeld, hoe zit het dan met zonneweringen binnen? Kan een Ikea-keuken gelijkgesteld worden met een maatkeuken die door een specialist is gesplaatst? …

 

De rechtbank van eerste aanleg van Leuven stelde in een vonnis van 13.01.2005 een aantal regels in voor zonneweringen: “De levering en plaatsing van een roerend goed in een privé-woning op dergelijke wijze dat het roerend goed onroerend uit zijn aard wordt, is onderworpen aan het verlaagd tarief van 6 %. Onroerend uit hun aard, volgens artikel 518 van het Burgerlijk Wetboek, zijn voorwerpen die duurzaam en gewoonlijk in gebouwen zijn geïncorporeerd of ermee zijn verenigd. Naast de oude opvatting inzake incorporatie - met mekaar verbinden zodat scheiden niet mogelijk is zonder breekwerk en beschadiging (erin vastzitten) - wordt gelet op de moderne technische middelen die in feite haast alles verplaatsbaar maken, een andere mogelijkheid naar voren geschoven: duurzaam en gewoonlijk verbinden. Het is de intentie iets voor langere tijd op een bepaalde plaats te houden die telt. De in het geding zijnde zonneweringen kunnen allicht zonder breekwerk worden verwijderd. De intentie om dergelijke zonneweringen voor lange tijd op de plaats te behouden is evenwel evident. Het verlaagd tarief van 6 % is derhalve van toepassing op de zonneweringen die immers in een gebouw worden geïncorporeerd op dergelijke wijze dat ze onroerend uit hun aard worden in de zin van artikel 518 van het Burgerlijk Wetboek.

 

Het hof van beroep van Luik velde een interessant arrest op 25.04.2008 inzake huisraad. Het lijkt ons uitermate opportuun om te verwijzen naar de principes die het Hof uitvaardigde in elk praktisch geval waarbij de administratie of de rechtspraak hierover nog geen duidelijke beslissing heeft genomen.

 

Volgens het arrest, afgezien van keuken- en badkamermeubilair die uitdrukkelijk worden bedoeld door tabel A, en zonder dewelke een gebouw niet beschouwd kan worden als een moderne woning, verwijst de tekst uitsluitend naar goederen die onroerend zijn van nature, dus meubels die deel uitmaken van het gebouw (artikel 19 § 2, al. 2 btw-wetboek). Meubels die duurzaam met het gebouw zijn verbonden (onroerend door bestemming) worden niet geviseerd door die bepalingen zodat hiervoor het gewone tarief van toepassing is. Het gaat immers niet om werken in onroerende staat, en men wil concurrentievervalsing met andere meubelverkopers vermijden. Krachtens diezelfde wettekst is de duurzame band met het gebouw onvoldoende aangezien die enkel betrekking heeft op gebouwen die onroerend zijn door bestemming. Het criterium van incorporatie is immers een wettelijk criterium dat geënt is op het begrip van onroerend van nature. De meubels moeten dus verwerkt en ingebouwd zijn aan alle zijden opdat men kan spreken van huisraad.

ComptAccount is door DBiT ontwikkeld, een dochteronderneming van Groep Larcier