Buitenlandse reizen en sponsoring: een circulaire met vreemde gevolgen.
Sponsoring van sportevenementen maakt deel uit van onze cultuur. Om te profiteren van de toegang van het publiek en de zichtbaarheid van topsporters geven ondernemingen sportmensen financiële middelen voor hun sportactiviteiten.
Sponsoring gaat traditioneel gepaard met bevoorrechte toegang tot evenementen die is voorbehouden voor personen die werken voor rekening van de sponsor.
We geven een voorbeeld. Een autoconstructeur nodigt zijn best presterende Belgische concessiehouders uit om te komen kijken naar de rally van Monte Carlo.
Voor de administratie is het duidelijk dat er in zo'n geval een voordeel is voor de begunstigde, maar aangezien deze (de concessionaris) doorgaans een vennootschap is, is het niet deze laatste die rechtstreeks profiteert van dat voordeel, maar wel de bedrijfsleiders of de personeelsleden.
De administratie heeft net een circulaire gepubliceerd op 06.08.2010 die gaat over het fiscaal regime dat van toepassing is op buitenlandse reizen die worden aangeboden in het kader van de uitvoering van sponsoringcontracten aan sponsors of hun genodigden.
In hoofde van de genodigde, gaat het dus om een belastbaar voordeel, als de uitnodiging plaats vindt in het kader van diens beroepsactiviteit (zoals hierboven aangehaald). Als de genodigde daarentegen naar het evenement trekt om er andere genodigden van de sponsor te vergezellen, gaat het om niets anders dan een beroepsmatige verplichting die niet belastbaar is diens hoofde.
Gevolgen van deze interpretatie: een onderneming huurt een loge voor de Grote Prijs Formule 1 van Francorchamps. Ze nodigt zakenrelaties uit, maar laat die vergezellen door een van zijn bedrijfsleiders of kaderleden die bovendien autosportliefhebber zijn. Er is in hoofde van deze laatsten geen belastbaar voordeel.
Dat geeft ons de gelegenheid om een ander aspect van deze kwestie te belichten. Hoe zit het met de belastingaftrek in hoofde van de sponsor?
De circulaire geeft aan dat de kosten die de sportclub draagt voor de uitvoering van de sponsoringovereenkomst voor de personen die door de sponsor zijn uitgenodigd in werkelijkheid neerkomen op een prestatie in ruil voor de bijdrage van de sponsor. Met andere woorden de dekking van de kosten maakt integraal deel uit van de bijdrage van de sponsor. De administratie volgt diezelfde redenering voor toegangstickets voor sportmanifestaties.
De circulaire is welkom want ze verhindert de meest stoutmoedige inspecteurs om de bijzonder aanslag van 309% toe te passen op die uitgaven, ongeacht of ze in het buitenland of in België gebeurden. Goed nieuws dus, hoewel ...
De circulaire geeft ook aan dat de sponsort de gevolgen moet dragen voor de aangifte van de voordelen en niet de sportorganisatie, die algemeen genomen niet op de hoogte is van het bestaan van een professionele relatie tussen de sponsor en de genodigde hoewel zij het voorwerp van hun komst is.
Er is evenwel iets verrassends in de redeneringen in deze circulaire. Zo worden de kosten beschouwd als publiciteitskosten in hoofde van de sponsor (ze vallen hiermee onder artikel 49 WIB/92), maar ze worden tegelijkertijd beschouwd als een belastbaar voordeel in hoofde van de begunstigde als deze laatste een professionele relatie heeft met de sponsor (wat het beroep op de artikelen 57 en 219 WIB/92 rechtvaardigt).
Waar zit de coherentie?
Een voorbeeld kan de theorie verduidelijken.
- - De onderneming waarvan sprake hierboven die een loge heeft gehuurd op de Grote Prijs Formule 1 nodigt een lokaal politicus uit. Publiciteitsuitgaven volgens de circulaire en geen fiche 281.50.
- - Diezelfde onderneming nodigt ook een van zijn concessiehouders uit. Publiciteitsuitgaven, dat wel (de zichtbaarheid tijdens het evenement blijft dezelfde), maar nu is een fiche 281.50 verplicht, want de vertegenwoordiger van de concessiehouders wordt uitgenodigd omdat hij concessiehouder is, en heeft dus een professionele relatie met de onderneming. Zo niet, 309% bijzondere aanslag!
Vreemd gebruik is het om toe te staan dat men een politiek vertegenwoordiger omkoopt wiens rol het niet is vrijbrieven te bezorgen, terwijl de concessiehouder die de duurzaamheid van uw handelsfonds waarborgt belast wordt op de werkelijke kosten van het voordeel.
België is een surrealistische land, dat wordt nog maar eens bewezen door zulke absurde toestanden ... via een circulaire ...