U vindt het op ComptAccount - Voorbeelden

De fiscus kan uw winkel sluiten !

Art. 454 WIB/92 laat de rechter toe om tijdelijk inrichtingen te sluiten die uitgebaat worden door belastingplichtigen die hun insolvabiliteit organiseren om aan de fiscus te ontsnappen. Dat artikel zal opgeheven worden (nieuwe programmawet) en vervangen worden door veel strengere bepalingen.

Krachtens een nieuw artikel 421bis WIB/92 kan de gewestelijke directeur van de belastingen (en niet meer de rechter) inrichtingen sluiten die uitgebaat worden door belastingplichtigen die weigeren de door artikel 421 WIB/92 voorziene reële of persoonlijke garanties te bieden of niet steeds de bedrijfsvoorheffing betalen.

Hiermee wordt hetzelfde bedoeld als in artikel 442quater WIB/92 dat de hoofdelijke aansprakelijkheid van bedrijfsleiders vastlegt (twee achterstallen voor een driemaandelijkse aangifte en drie achterstallen voor een maandelijkse aangifte).

In artikel 88bis BTW-wetboek wordt identiek dezelfde bepaling ingevoerd om de strijd aan te binden met zij die de btw laattijdig betalen (twee achterstallen voor een driemaandelijkse aangifte en drie voor een maandelijkse aangifte).

Men kan beroep aantekenen tegen deze beslissing bij de rechtbank van eerste aanleg en binnen twee maanden na betekening. Als de belastingplichtige of btw-plichtige het niet doet, wordt de beslissing tot sluiting uitvoerbaar.

De regering mag dan wel zeggen dat die buitengewone maatregel bedoeld is om de strijd aan te binden met georganiseerde fraude in gevoelige sectoren, er is niets in de teksten van de artikelen 421bis WIB/92 en 88bis Btw-wetboek dat daarop wijst.

De regering verstrekt hiermee het wapenarsenaal van de ambtenaren van de belastingadministratie. Na de hoofdelijke aansprakelijkheid van bedrijfsleiders bij herhaaldelijke achterstallen (cf. supra) van de bedrijfsvoorheffing of de btw, geeft de regering de fiscus op de koop toe de mogelijkheid om de winkel van belasting- en btw-plichtigen te sluiten voor dezelfde inbreuken.

Er is nergens een aanwijzing van fraude in die gevallen, en zelfstandigen en ondernemingen worden op die manier gijzelaars van bijzonder wraakzuchtige controleurs. Als men wil bewijzen dat men ter goeder trouw is, terwijl men met financiële moeilijkheden kampt, moet men bovendien de kosten nog eens dragen van het ereloon van de advocaat die de procedure inleidt en de zaak verdedigt voor de rechtbank van eerste aanleg.